Blogs

Blog Post

Posted by Miranda Loonstra on 18 maart 2016

Kracht

En opeens is het dan zo ver en vertrekt ze zwaaiend op weg naar haar nieuwe school. Een nieuw leven, waar ik steeds minder deel van uitmaak. Op naar het voorgezet onderwijs, de plek waar nieuwe vriendschappen ontstaan, maar ook pesten en groepsdruk, er bij willen horen. Mijn eigen verleden doemt op, wat wilde ik er graag bij horen, bij die populaire meiden. De onzekerheden, de grenzen die je overgaat terwijl je weet dat het eigenlijk niet goed is. Nee, het voortgezet onderwijs voor mij was -vooral in de brugklas- geen pretje.

En nu maakt mijn eigen grote dochter die grote stap. Onzekerheden duiken op, ze voelde zich op de basisschool soms buitengesloten en was onzeker, zou ze hier haar plek vinden, blijft ze bij zichzelf, of gaat ze blind mee met de groep? De eerste weken gaan voorbij. Vrolijk komt ze thuis en vult de kamer met haar verhalen, of ze appt met de vraag of ze nog even bij een vriendin mag blijven. Ik zie haar genieten. Het brugklaskamp komt eraan. Een week van tevoren staat een veel te grote tas al klaar in haar kamer. Er wordt geshopt, ge-appt en via andere social media druk overleg gevoerd. Als puber heb je een druk leven.

De vrijdag na kamp staan enthousiaste ouders de kinderen op te wachten. Ik zie haar de bus uitkomen. Mijn blije gezicht wordt beantwoord met een matte glimlach. ‘En hoe was het?’, vraag ik haar. ‘Hmm, leuk hoor.’ Langzaam komen de verhalen los, bij wie ze op de kamer sliep en wat ze gedaan hadden. Bij de namen van de kamer hoor ik geen namen van vriendinnen. Weer doemt mijn eigen verleden op. Zo neutraal mogelijk vraag ik aan haar: ‘Wilde je niet bij je vriendinnen op de kamer?’ ‘Nee hoor, ik heb gekozen voor de rustige kamer, ik wil ’s nachts ook nog gewoon kunnen slapen.’

Een week later komt ze verontwaardigd thuis. Ze was nog even bij twee vriendinnen gebleven. Die vonden het grappig om in een kluisje van een andere vriendin rotzooi te stoppen. Mijn dochter vond dat helemaal niet grappig en heeft ze proberen tegen te houden. Dat werd haar niet in dank afgenomen. ‘Wat ben je toch braaf!’ Ik wil er op reageren, maar krijg daar niet eens de kans voor. ’Wacht even mama, ik wil even die andere vriendin een appje sturen. Lijkt me zo vervelend voor haar als ze maandag op school komt en die rotzooi in haar kastje vindt’ Mijn knappe kind, wat ben ik ongelooflijk trots. Als je ten overstaan van je vriendinnen je eigen grenzen bewaakt, goed voor je zelf zorgt en ook nog eens goed voor de ander…

Ze komt er wel, ons grietje!

Posted by Miranda Loonstra on 14 maart 2016

Het leerstof jaarklassensysteem

 

Al tijdens mijn opleiding aan de PABO, wist ik het. Dat leerstof jaarklassensysteem is niets voor mij. Eigenlijk wist ik het al als kind, het keurslijf van gemiddelden en de meester/juf vertelt wat er gaat gebeuren, geen eigen inbreng, want wat wist jij als kind daar nou eigenlijk van, brrr.

Gelukkig leven we nu in 2014 en kunnen we vol trots zeggen: We doen het nog net zo! Natuurlijk is dat niet overal het geval, wordt er veel meer gedifferentieerd, maar toch.

In mijn beginjaren van het onderwijs viel ik in op diverse scholen, genietend van de methode, waarbij ik precies wist waar ik kon aanhaken. Dat was best prettig.
Daarna kwam ik terecht op een school voor ontwikkelingsgericht onderwijs. Het voelde als thuiskomen. Thema’s vormden een leidraad, waarin collega’s samen richting gaven aan de activiteiten, want de doelen moesten natuurlijk wel behaald worden. Kinderen die betrokken waren, op onderzoek uitgingen, hun talenten konden benutten. Onderwijs zoals onderwijs hoort te zijn.
Dat ik mezelf daarin enigszins overvroeg, met werkdagen van 7.15 uur tot 18.00 uur, kleine bijzaak.
Natuurlijk hield ik dat niet vol, dus na een flinke burn-out en vele vakanties aan het werk, dacht ik dat het tijd was voor rust. Een school met een traditioneel concept, het leek me een heerlijk vooruitzicht.

Gelukkig was er plek op een fijne school en werkte ik heerlijk in mijn groep. Tenminste, dat wilde ik. De collega’s waren super, de kinderen geweldig, maar toch. De methode als leidraad en niet meer zelf na kunnen denken over betekenisvolle activiteiten, de kinderen betrekken bij hun leerproces, hun talenten samen ontdekken. Excelleren in dat waar je goed in bent, dan komt de rest ook bijna vanzelf wel goed. Ik worstelde en voelde het keurslijf steeds strakker worden.

Het jaarklassensysteem, de systematiek, waarbij scholieren en studenten in een bepaalde leergang collectief dezelfde leerstof krijgen aangeboden.
Dus leren we onze kinderen collectief het woordje “ik” aan het begin van groep 3, beginnen we in groep 6 aan de breuken, waardoor we in groep 8 kunnen werken aan procenten. Daaraan koppelen we dan ook nog de meetlat van Cito. Ons onderwijs is inspectieproof.

Op school kijken we voorzichtig naar nieuwe vormen van onderwijs. Loslaten van het systeem en nog niet weten hoe het dan anders kan, dat geeft wrijving. Maar zo af en toe komt er nu al een mooi moment, waar we genieten en trots zijn.
De leerkracht van groep 3-5 komt in mijn kantoor en vraagt enthousiast of ik even mee wil komen. In haar groep zit een jongen hard te werken aan de breuken en zij geeft hem net dat beetje extra, zodat hij verder kan met het aangeven van een twintigste op de getallenlijn.
Ik kijk met hem mee en vraag hem quasi verbaasd in welke groep hij eigenlijk zit. “In groep 5”, vertelt hij volt trots (Hij “hoort” eigenlijk in groep 4) “Doe niet zo gek”, roep ik uit. “Dit is gewoon werk voor in groep 8!”
Zijn blik vol trots, enthousiasme, mijn leerkracht die razendsnel kan en wil schakelen. Wauw!

Ik pleit voor een nieuwe standaard: het kindsysteem, waarbij we kijken wat kinderen van ons nodig hebben, helpen te ontdekken waar hun talenten liggen. Neem de kinderen mee in welke doelen er zijn, laat op een andere manier de ontwikkeling van de kinderen zien en geniet!

Groeten,

Miranda